Schaduwdoek gids

De juiste maat en helling

Een schaduwdoek opmeten lijkt eenvoudig, en dat is het ook, zolang je drie dingen goed doet: genoeg spanruimte laten, de bevestigingspunten juist plaatsen en het doek voldoende helling geven.

Doe je dat, dan hangt je doek strak, loopt het water weg en snijdt het doek door de wind in plaats van te klapperen. In deze gids lees je hoeveel ruimte je nodig hebt bij een standaardformaat, hoe je opmeet voor een doek op maat en welke helling je aanhoudt.

Leg je situatie voor
Inhoud

Wat je hieronder vindt

Begin bij de vraag of je met een standaardformaat werkt of met een doek op maat. De rest van de gids volgt daaruit.

Standaardformaat

Een schaduwdoek in een standaardformaat

Wil je een doek in een standaardformaat gebruiken? Dan is het belangrijk dat je voldoende vrije ruimte hebt om het doek te installeren en correct op spanning te brengen. Omgekeerd kan je ook vertrekken van de beschikbare ruimte en controleren welk standaardformaat daarin past.

Bij een standaardformaat liggen de afmetingen van het doek vast. De verankeringspunten pas je dus aan het doek aan, niet omgekeerd.

Hoeveel vrije ruimte heb je nodig?

Tussen iedere hoek van het doek en het bijbehorende verankeringspunt hou je rekening met:

Minimaal 35 cm extra ruimte per hoek
Maximaal 100 cm extra ruimte per hoek

De afstand mag per hoek verschillen, zolang je overal binnen die grenzen blijft.

De minimale afstand van 35 cm heb je nodig om het doek strak te kunnen opspannen. Plaats je het verankeringspunt verder dan 100 cm van de hoek, dan wordt de afspanning te lang: het doek kan bij sterke wind meer bewegen en klapperen, met een groter risico op schade aan het doek of de verankering.

Rekenvoorbeeld

Een doek van 400 x 400 cm

Een schaduwdoek van 400 x 400 cm heeft minimaal een ruimte van 470 x 470 cm nodig en maximaal 550 x 550 cm:

Minimaal: 400 + 35 + 35 = 470 cm
Maximaal: 400 + 75 + 75 = 550 cm

In de tekening hangt het doek aan de linkerzijde op 35 cm van de palen en aan de rechterzijde op 100 cm. De afstanden tussen de verankeringspunten worden dan:

Bovenaan: 400 + 35 + 75 = 510 cm
Onderaan: 400 + 35 + 75 = 510 cm
Links: 400 + 35 + 35 = 470 cm
Rechts: 400 + 75 + 75 = 550 cm
Palen

Verankering met palen van 90° of 80°

Gebruik je bestaande palen? Dan liggen de verankeringspunten al vast. Controleer in dat geval of ze op de juiste afstand staan om het gekozen doek correct te kunnen opspannen.

Plaats je nieuwe palen? Dan hangt de juiste positie af van de hellingshoek: loodrecht op 90° of naar buiten hellend op 80°. Dat geldt zowel voor aluminium als voor houten palen, en zowel bij een standaardformaat als bij een doek op maat.

Paal van 90°

Een aluminium of houten paal die loodrecht op 90° wordt geplaatst, staat minimaal 35 cm en maximaal 100 cm van de hoek van het doek. Die ruimte heb je nodig om het doek correct op te spannen.

Hou je die afstand niet aan, dan span je het doek ofwel niet strak genoeg, ofwel wordt de afspanning zo lang dat het doek bij wind begint te bewegen.

Paal van 80°

Een aluminium of houten paal die onder een hoek van 80° naar buiten helt, kan met de voet dichter bij de afmetingen van het doek geplaatst worden. Door de helling ontstaat er ter hoogte van het bevestigingspunt ongeveer 35 cm extra afstand.

De voet van de paal kan daardoor gelijk met de hoek van het doek staan, of maximaal 75 cm verder naar buiten.

Op maat

Een schaduwdoek op maat

Onze doeken in standaardformaten passen in heel wat situaties, maar niet overal. Met een schaduwdoek op maat stemmen we de vorm en de afmetingen af op de beschikbare verankeringspunten. Ideaal bij een onregelmatige opstelling of wanneer je het doek zo nauwkeurig mogelijk wil laten aansluiten.

Waar mogelijk ontwerpen we het doek zo dicht mogelijk bij de verankeringspunten, met een minimale afstand van 35 cm tussen het doek en elk punt. Alleen wanneer het niet anders kan, passen we de lengte van de afspanning aan om grotere afstanden te overbruggen. Het verschil met een standaardformaat: daar verplaats je de punten, hier verandert het doek mee.

Zelf opmeten

Hoe meet je de verankeringspunten correct op?

Hieronder leggen we uit hoe je de verankeringspunten van een onregelmatige vierhoek opmeet. Meet bij voorkeur met een laserafstandsmeter; een lange rolmaat kan ook.

01 Meet alle zijden van punt tot punt

A–B 547 cm | B–C 565 cm | C–D 510 cm | D–A 478 cm

02 Noteer de hoogte van elk punt

Hoogteverschillen bepalen mee de helling en de uiteindelijke vorm van het doek.

A 300 cm | B 225 cm | C 290 cm | D 235 cm

03 Meet ook de twee diagonalen

A–C en B–D dienen als controle: kloppen ze niet met de andere metingen, dan zit er ergens een meetfout.

Geen geschikt meetgereedschap? Vraag onderaan een rolmaat aan.

Rekenhulp

Controleer je metingen

Vul de afstanden tussen je verankeringspunten in (in cm). De rekenhulp controleert of je maten samen een geldige vorm opleveren, berekent de diagonaal en de oppervlakte, en vergelijkt die met je eigen controlemeting.

Onze doeken gaan tot 700 cm per zijde bij een driehoek en 800 cm bij een vierhoek, met een maximale oppervlakte van 49 m². Zit je daarboven of onder de 250 cm? Dan is er nog altijd een oplossing, maar bekijken we die het liefst samen.

Helling

De juiste helling bepalen

Een schaduwdoek geeft aangename schaduw, maar het moet ook overweg kunnen met regen en wind. Daarvoor is de helling bepalend: met de juiste hoek loopt het water weg, daalt de windbelasting en blijft het doek strakker staan.

Hieronder zie je de opties, van een vlakke opstelling tot de twee manieren om een vierhoekig doek te laten hellen.

Vlak schaduwdoek

Een plat geïnstalleerd doek kan, maar alleen onder ideale omstandigheden: zonnige dagen, weinig of geen wind en geen kans op regen. De opstelling oogt strak en modern, maar zonder helling kan regenwater niet weg. Dat leidt tot waterophoping en onnodige belasting van het doek en de bevestigingspunten.

Een vlakke installatie raden we daarom alleen aan voor tijdelijke opstellingen of in een droog klimaat. Wil je dat je doek lang meegaat en goed blijft presteren, dan is een hellende opstelling altijd de betere keuze.

Risico op waterophoping

Bij een platte installatie ontstaat er bij regen al snel waterophoping. Zelfs ademende stoffen laten water niet snel genoeg door, en waterdichte stoffen laten helemaal niets door.

Zo vormen zich waterzakken die het doek overmatig belasten en tot scheuren kunnen leiden. Een waterzak van enkele centimeters diep weegt al tientallen kilo’s. Dat moet je altijd voorkomen.

De juiste helling

Een schaduwdoek installeer je bij voorkeur met een helling van 25 cm per strekkende meter, gemeten van het hoogste naar het laagste punt.

Een doek van 4 x 4 m hang je dus het best op met twee hoge bevestigingspunten op 3 m en twee lage op 2 m. Dat is een verlaging van 4 × 25 cm. Zo krijg je een goede waterafvoer en een optimale spanning van het doek.

Reken die hoogtes meteen na voordat je palen kiest. Een doek van 6 x 6 m heeft 150 cm hoogteverschil nodig: met palen van 3 meter zit je laagste punt dan nog maar op 150 cm. In dat geval kies je beter palen van 4 meter.

Verschillende hellingsconfiguraties

Bij een driehoekig doek is het eenvoudig: je laat één hoek zakken en de helling is er.

Bij een vierhoekig doek heb je twee opties. Je verlaagt twee bevestigingspunten aan dezelfde zijde, of je verlaagt twee tegenoverliggende hoeken. Bij die tweede optie verdeel je het hoogteverschil over beide punten, waardoor je minder ver hoeft te zakken.

  • Twee lage punten aan dezelfde zijde | bij 4 x 4 m: twee punten op 300 cm, twee op 200 cm
  • Twee lage punten diagonaal tegenover elkaar | bij 4 x 4 m: twee punten op 300 cm, twee op 250 cm

Water en wind

Hou bij de plaatsing rekening met externe factoren zoals wind en regen. De overheersende windrichting is daarbij het belangrijkst.

Plaats het laagste punt of de laagste punten bij voorkeur in de richting waarin de wind waait, niet ertegen in. Zo verminder je de winddruk op het doek en voorkom je dat regen eronder wordt geblazen.

Zorg er ook voor dat het doek altijd goed op spanning staat. Een slecht opgespannen doek klappert bij harde wind en brengt schokken over op het bevestigingsmateriaal, waardoor het doek kan scheuren of de ankerpunten kunnen loskomen. Hoe strakker het doek staat, hoe beter het door de wind snijdt en hoe langer het meegaat.

FAQ

Veelgestelde vragen over maat en helling

Hoeveel ruimte hou je tussen de palen en het doek, hoeveel helling heb je nodig en wat als je ruimte niet perfect vierkant is? De antwoorden op de vragen die we het vaakst krijgen over het opmeten van een schaduwdoek.

Reken per hoek op minimaal 35 cm en maximaal 100 cm tussen het doek en het verankeringspunt. Voor een doek van 400 x 400 cm heb je dus minstens 470 x 470 cm nodig en maximaal 600 x 600 cm. Die ruimte is geen marge, maar de plaats die je nodig hebt om het doek strak op te spannen.



Zonder afspanruimte krijg je het doek nooit onder de juiste spanning. Hang je het te dicht tegen de paal, dan blijft het slap hangen; is de afspanning te lang, dan begint het doek bij wind te bewegen en komen er schokken op het bevestigingsmateriaal. Tussen 35 en 100 cm zit je goed.

Een paal die loodrecht staat (90°) plaats je 35 tot 100 cm van de hoek van het doek. Een paal die naar buiten helt (80°) wint ter hoogte van het bevestigingspunt ongeveer 35 cm: de voet mag daardoor gelijk met de hoek van het doek staan, of maximaal 75 cm verder naar buiten.



Reken op 25 cm per strekkende meter, gemeten van het hoogste naar het laagste punt. Een doek van 4 x 4 m hang je dus op met twee punten op 3 m en twee op 2 m. Zonder helling blijft er bij een flinke bui water op het doek staan, en zo'n waterzak weegt al snel tientallen kilo's.
Ja. Meet de vier zijden op van punt tot punt, noteer de hoogte van elk verankeringspunt en meet ook de twee diagonalen als controle. Met die gegevens tekenen wij het doek precies op jouw situatie. Meet bij voorkeur met een rolmaat of een laserafstandsmeter — heb je niets geschikts in huis, dan kun je via het formulier onderaan een rolmaat aanvragen.

Hoe bepaal je de juiste maat voor je schaduwdoek?

De maat van een schaduwdoek is niet de maat van de ruimte die je wil overspannen. Tussen elke hoek van het doek en het verankeringspunt heb je plaats nodig om het doek op te spannen: minimaal 35 cm en maximaal 100 cm. Een doek van 400 x 400 cm vraagt dus een ruimte van minstens 470 x 470 cm en hoogstens 600 x 600 cm.

Die afspanruimte is geen marge die je kunt weglaten. Hang je het doek te dicht tegen de paal, dan krijg je het nooit strak; laat je te veel ruimte, dan wordt de afspanning zo lang dat het doek bij wind begint te bewegen. Meet daarom altijd eerst de beschikbare ruimte op en kies pas daarna het formaat.

Waar plaats je de palen van je schaduwdoek?

De positie van je palen hangt af van de hoek waaronder je ze plaatst. Een paal die loodrecht staat (90°) zet je 35 tot 100 cm van de hoek van het doek. Een paal die naar buiten helt (80°) wint ter hoogte van het bevestigingspunt ongeveer 35 cm: de voet mag dan gelijk met de hoek van het doek staan, of maximaal 75 cm verder naar buiten.

Werk je met een bestaande gevel, een muurplaat of een grondbevestiging in plaats van palen, dan geldt dezelfde regel: het bevestigingspunt staat 35 tot 100 cm van de hoek van het doek.

Hoeveel helling heeft een schaduwdoek nodig?

Een schaduwdoek hang je nooit vlak. Reken op 25 cm helling per strekkende meter, gemeten van het hoogste naar het laagste punt. Voor een doek van 4 x 4 m betekent dat twee bevestigingspunten op 3 m en twee op 2 m.

Zonder helling blijft er bij een flinke bui water op de laagste plooi staan. Zo'n waterzak weegt al snel tientallen kilo's, trekt het doek uit vorm en belast de bevestigingspunten. Bij een waterdicht doek is de helling het enige wat het water afvoert; bij een ademend doek loopt het meeste water door het weefsel, maar blijft helling nodig voor de spanning en de laatste rest water.

Een schaduwdoek op maat laten maken

Is je ruimte niet vierkant of rechthoekig, dan maken we het doek op maat. In onze eigen productie in België snijden en naaien we elk doek op maat volgens de afmetingen die je doorgeeft.

Wat we daarvoor nodig hebben:

De vier zijden, gemeten van verankeringspunt tot verankeringspunt
De hoogte van elk verankeringspunt
De twee diagonalen, als controle op je metingen

Meet bij voorkeur met een rolmaat of een laserafstandsmeter. Twijfel je over je metingen of over het formaat dat je nodig hebt? Neem contact op via het formulier onderaan — we rekenen het samen met je na.

Direct antwoord

Laat je maten nakijken

Stuur ons je afmetingen, een schets of een paar foto’s van je bevestigingspunten. Wij controleren de maatvoering, de spanruimte en de helling voordat je bestelt. Heb je geen geschikt meetgereedschap? Vraag hier een rolmaat aan, dan bekijken we samen hoe we je verder helpen.

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.